Organisatie van het Onderwijs
De organisatie van het onderwijs
De organisatie van de school
Er werken 12 personen op De Wizebeam, parttimers en fulltimers. Sommige collega’s hebben een speciale taak, bijvoorbeeld als remedial teacher, computer-deskundige of onderwijsasistent.
In uw lagere schooltijd had u waarschijnlijk maar één juf of meester voor de klas. Nu is dit anders. Verschillende groepen op onze school hebben twee verschillende leerkrachten.
We streven naar een onderwijsconcept dat recht doet en tegemoet komt aan verschillen tussen de kinderen.
De christelijke identiteit, professionalisering van leerkrachten en de ‘zorg op maat’ zijn hierbij een belangrijke aandachtspunten.
Groepssamenstelling
Ook het komend schooljaar hebben we te maken met grote combinatiegroepen. We proberen derhalve alle extra man-/vrouwkracht vooral bij deze groepen in te zetten.
De middenbouwcombinaties ondersteunen we door extra hulp via een onderwijsassistente in te zetten.
De samenstelling van het team
Groep 1 : Afke de Vries (ma. t/m do.mo.)
Groep 2 : Afke Dijkstra (ma. t/m do.)
Hanneke Kampen (vr.mo.)
Groep 3/4 : Debbie Janga (ma. t/m wo.)
Hiske van der Ploeg (do. t/m vr.)
Groep 4/5 : Gerrie Brouwer (ma. t/m di.)
Joukje van Dijk (wo. t/m vr.)
Groep 6/7a: Tryntsje Hoekstra (ma.t/m vr.)
Groep 7b/8: Gerrit van Dalfsen (ma.)
Jeroen de Vries (di. t/m vr.)
De directeur van De Wizebeam is Gerrit van Dalfsen.
De taak van de intern begeleider en remedial teacher wordt vervuld door Willy Greydanus. Hanneke Kampen is onderwijs¬assistent en Jeroen de Vries is onze computerman, de ICT-er.
De leeractiviteiten van de kinderen
Groep 1/2
De aanpak in de groepen 1 en 2 verschilt van die van de andere groepen, evenals de inrichting van het lokaal en de manier van werken. Het werken in de kleutergroepen gebeurt vanuit de kring. In de kring begint de dag en hier keren de kinderen ook steeds weer terug. Daarnaast wordt er gespeeld en gewerkt aan tafels, in de hoeken, met gym in het speellokaal en op het schoolplein.
In groep 1 ligt de nadruk op het wennen aan het naar school gaan. Er is veel aandacht voor regelmaat en gewoontevorming. Leren doen ze vooral door te spelen. Dit gaat in groep 2 door, maar hier heeft de leerkracht een meer sturende rol. Op hun eigen niveau moeten de kinderen al wat meer “presteren.”
“Mijn spelen is leren - mijn leren is spelen.....
Waarom zou het leren mij vervelen?”
De meeste vakken komen in samenhang aan de orde aan de
hand van een bepaald thema, zoals bijv. “de winkel” en “de lente”.
Wie speelt in de poppenhoek is ook bezig met taalontwikkeling, wie speelt met een lotto leert ook getallen of kleuren en wie op een vel de golven van de zee tekent is bezig met voorbereidend schrijven.
Er is veel aandacht voor taalverwerving, omdat dit de basis is voor heel veel ander leren. Veel kinderen zitten ruim twee jaar (of drie) in een kleutergroep. Hoe lang de kleuterschooltijd is, is afhankelijk van hun leeftijd en hun aard en aanleg. In groep 1 en 2 worden (speelse) activiteiten aangeboden, die voorbereiden op het leren lezen, rekenen en schrijven in groep 3.
We vinden het belangrijk dat een kind lang genoeg in de kleutergroepen zit. Succesvol groep 3 doorlopen lukt pas als een kind hieraan toe is. Een kind mag niet jarenlang op de tenen de school doorlopen.
We gebruiken in deze groepen naast het eigen materiaal ook de methodes “Idee” (themamap), “Wereld in getallen” en “Met sprongen vooruit” (voorber. rekenen), “Schatkist” (voorber. lezen, rekenen en taal), en een methode voor het voorbereidend schrijven.
Groepen 3 / 8: kennisgebieden / vakken
Rekenen / wiskunde
Het reken- en wiskunde onderwijs ontleent zijn zin aan de herkenbaarheid en toepasbaarheid in het dagelijkse bestaan. Daarom willen we dat kinderen zich vanuit allerlei situaties, zoals die zich in het dagelijkse leven voordoen, begrippen en vaardigheden eigen kunnen maken.
We noemen dit realistisch onderwijs. Daarnaast willen we kinderen de gelegenheid bieden tot het zelf ontdekken van oplossingen en strategieën. We willen de eigen benaderings¬wijzen van kinderen in het onderwijs aandacht geven. We gebruiken de methode “Wereld in getallen” en diverse ondersteunende computerprogramma’s.
Nederlandse taal
We werken in de groepen 4 t/m 8 met de nieuwe methode “Taal in beeld”.
Het taalonderwijs is veelomvattend. De woordenschat wordt uitgebreid, ontleden en spelling krijgen de nodige aandacht en we laten de kinderen verhalen schrijven en spreekbeurten houden.
Voor de onderdelen woordenschat en spelling worden ondersteunende computerprogramma’s gebruikt.
We willen dat de kinderen actief, creatief en expressief met taal bezig kunnen zijn.
Lezen
In groep 3 wordt officieel een start gemaakt met het leren lezen. Er wordt gewerkt met de methode “Veilig leren lezen.”
Op onze school neemt het leesonderwijs een bijzondere plaats in: het mag wel het hart van ons onderwijs genoemd worden en we vinden het belangrijk dat uw kind niet alleen léért lezen, maar dat het ook ontdekt dat lezen leuk, spannend, leerzaam, gezellig of ontroerend kan zijn.
We hebben in het kader van nieuw op te zetten taalbeleid onder deskundige leiding het leesonderwijs een extra positieve (kwaliteits-) impuls gegeven. Er is naast veel nieuw individueel leesmateriaal ook een methode voor voortgezet technisch lezen aangeschaft. Dit is de methode Estafette, die we vooral op zorgniveau (met name voor de kinderen die extra aandacht en ondersteuning nodig hebben) gebruiken.
Naast de reeds bekende leesvormen zijn er diverse nieuwe leesvormen (duo-lezen, tutor-lezen, vriendjes-lezen, mandjes-lezen, instructie-lezen,ralph-lezen, connect-lezen ) geïntroduceerd.
De leesresultaten worden een aantal malen per jaar getoetst.
In de hogere leerjaren komt de nadruk steeds meer op het begrijpend en studerend lezen te liggen. Met ingang van het schooljaar 2011-2012 gebruiken we voor dit vakgebied de nieuwe digitale methode “Nieuwsbegrip”. Aan de hand van actuele teksten leren de kinderen hoe ze deze op hun eigen niveau en met een goede strategie kunnen aanpakken, verwerken en leren begrijpen.
Onderwijs in de streektaal
Voor de jongste kinderen is het van belang, dat zij zich snel thuis voelen op school. In een veilige omgeving zullen ze gemakkelijker gedijen. Een belangrijk aspect daarbij is de acceptatie van de taal van het kind, die het van thuis heeft meegekregen.
In onze situatie is dat naast het Nederlands vooral het Fries.
We willen de kinderen bewust maken van de eigenheid en de schoonheid van de eigen streektaal. Aan het einde van de basisschool willen we dat de kinderen het Fries kunnen verstaan en begrijpen, zich er voldoende in kunnen uitdrukken en dat ze deze taal ook kunnen lezen.
De voertaal is vooral het Nederlands. In vrije situaties mogen de kinderen de taal gebruiken waarin ze zich het liefste uitdrukken.
Engels
In groep 7/8 wordt Engels gegeven. We maken daarbij gebruik van de methode ”Real English” . In dit schooljaar gaan we een nieuwe methode Engels kiezen en aanschaffen.
Schrijven
We gebruiken hier de methode “Pennenstreken”.
T/m groep 6 schrijven de kinderen methodisch (aan elkaar). In de groepen 7 en 8 zijn de kinderen soms vrij in de keuze van het handschrift.
In de groepen 1 t/m 3 en soms in groep 4 wordt geschreven met een redelijk zacht potlood. Eventueel kunnen kunststof hulpstukjes worden gebruikt i.v.m. een juiste potlood/pengreep. Vanaf groep 4 gebruiken we de vulpen. Voor ‘noodgevallen’ is een balpen beschikbaar.
Wereldoriëntatie
Op heel veel momenten wordt gesproken over de wereld om ons heen en brengen we de kinderen kennis bij over het heden en het verleden van de aarde. Soms gebeurt dit in aparte vakken aan de hand van methoden, maar ook vaak door middel van werkstukken, leergesprekken, doe-opdrachten, spreekbeurten, schooltelevisie e.d.. De volgende methoden zijn op De Wizebeam in gebruik:
Natuur:
We maken gebruik van de methode “Wijzer door de natuur” en school-TV. Soms gaan we uit van de eigen omgeving.
Aardrijkskunde:
We werken met de methode ”Hier en Daar”. Wij vinden het belangrijk dat de kinderen inzicht en kennis krijgen over hun eigen land, over andere landen, andere volken en andere culturen. Een duidelijke basiskennis van de topografie
is daarbij noodzakelijk.
Geschiedenis:
We werken met de methode “Wijzer door de tijd”. We vinden het belangrijk dat de kinderen zich kunnen inleven in situaties van het verleden en deze kunnen combineren met het heden. Ook het leren van lessen uit het verleden komt aan bod. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zaken als discriminatie e.d..
Verkeer:
In de groepen wordt gewerkt met de methode “Klaar over”.
We proberen hierbij aan te sluiten bij de verkeerssituatie van de kinderen in hun eigen omgeving.
Bevordering van burgerschap
Sinds 2006 zijn nieuwe kerndoelen voor het onderwijs van kracht. Onderwijs in burgerschap maakt deel uit van deze doelen. Burgerschap wordt niet direct gezien als een apart vak, maar maakt deel uit van het alledaagse lesgeven, waarbij leerlingen uitgedaagd worden na te denken over hun rol als burger in onze (Nederlandse/ westerse) samenleving. Ze moeten leren daar nu en ook later een positief kritische bijdrage aan te kunnen leveren. Ook als ‘kleine burger’ moeten kinderen zich betrokken voelen bij en verantwoordelijk zijn voor de maatschappij waarvan ze deel uitmaken. Dit hoort bij de identiteitsontwikkeling van onze kinderen.
De ontwikkeling van burgerschapszin en sociale integratie komen tijdens diverse lessen in alle groepen aan de orde.
We denken daarbij o.a. aan tv-lessen als Koekeloere, Huisje-boompje-beestje, Nieuws uit de natuur, Het Weekjournaal en de Kanjerlessen. Ook bij andere vakken komen elementen van burgerschap aan de orde (o.a. bij godsdienst, geschiedenis en aardrijkskunde).
Sowieso leren kinderen op school met andere mensen om te gaan . Daartoe zijn, als ondersteuning en richtlijn, diverse regels afgesproken.
Maatschappelijke verhoudingen en staatsinrichting
Voor dit vak-vormingsgebied hebben we geen speciale methode. In diverse andere lessen wordt er echter in voldoende mate voor gezorgd dat deze lesstof aandacht
krijgt.
Geestelijke stromingen
Kennis van de verschillende geestelijke stromingen draagt bij aan het ontwikkelen van een eigen normen- en waardenpatroon bij de kinderen. Verder kan kennis van andere culturen bijdragen tot meer verdraagzaamheid en begrip.
Bij dit vak-vormingsgebied vinden vaak koppelingen plaats met geschiedenis, aardrijkskunde en godsdienstige vorming. Dit is dan ook de reden dat we hier geen aparte methode voor hebben.
Musische vorming
We geven aandacht aan de vakken tekenen, handenarbeid, muziek en drama. Deze vakken brengen evenwicht in het lesprogramma. Toch zien we deze vakken niet alleen als ontspanning; ook hier streven we kwaliteit na.
We maken hierbij o.a. gebruik van de methode “Moet je doen”.
Creativiteit is een belangrijke basis in het leven! Op de vrijdagmiddag werken we op bepaalde momenten in ateliers. De kinderen worden dan verdeeld in groepen en gaan dan onder begeleiding van ouders en leerkrachten knutselen, timmeren, fotograferen, koken, toneelspelen enz. Ouders en andere vrijwilligers kunnen zich opgeven hierbij te helpen.
Bewegingsonderwijs
In groep 1/2 staat bewegingsonderwijs dagelijks op het lesrooster. Er wordt in de kleutergymzaal gespeeld of op het schoolplein.
De groepen 3 tot en met 5 krijgen 2 keer per week gymles in de gymzaal of op het sportveld. De groepen 6, 7 en 8 hebben ook 2 keer per week gym, waarvan eens per twee weken in het zwembad van Sint Annaparochie voor zgn. natte gymnastiek. De kosten daarvoor bedragen ruim een euro per keer, in totaal dus rond de 24 Euro per jaar; dit wordt via de ouderbijdrage verrekend.
De gemeente het Bildt heeft meegedeeld dat - in het kader van de gemeentelijke bezuinigingen – dit schooljaar voor de laatste keer het schoolzwemmen wordt aangeboden. In het schooljaar 2012-2013 dus geen schoolzwemmen meer.
Bij de gymlessen maken we gebruik van de methode “Basislessen bewegingsonderwijs”.
Tijdens de gymlessen dragen de kinderen gymkleding; bijvoorbeeld een korte broek en een t-shirt. Het is belangrijk dat de leerlingen gymschoenen dragen tijdens de gymlessen, o.a. ter voorkoming van voetwratten.
In verband met de hygiëne adviseren we dringend de
gymkleding iedere keer mee naar huis te nemen om te wassen.
Sociaal/ emotionele ontwikkeling
Voor dit onderdeel gebruiken we o.a. de kanjerlessen. Voor alle groepen staan deze lessen op het lesrooster.
Kinderen leren ontdekken wie en hoe ze zelf zijn, maar ook hoe de ander in elkaar steekt. Hoe al die verschillende types op een goede manier met elkaar om kunnen/ moeten gaan, komt op speelse wijze in de kanjerlessen aan de orde.
Een speciaal punt van aandacht dit schooljaar is ‘Uniform leerkrachtgedrag bij afwijkend leerlinggedrag’.
Rapport
Al deze bovengenoemde vakgebieden worden gewaardeerd via een rapport dat de kinderen twee keer per jaar mee naar huis krijgen.
In het schooljaar 2009-2010 zijn we gestart met een nieuw ontwikkeld rapport. Het is een groeimodel waar ieder jaar een paar bladzijden bijkomen. Er worden geen cijfers gegeven en als bijlage is een overzicht toegevoegd van de toetsresultaten van het leerlingvolgssysteem.